Hoe conflicten tussen ouders en school aanpakken?

Hoe conflicten tussen ouders en school aanpakken?

In dit artikel vind je een aantal concrete tips uitgewerkt, zoals een stappenplan om een probleem aan te kaarten, tien praktische tips om het gesprek aan te gaan en wat te doen als je geen perspectief meer ziet. Weliswaar bestemd voor ouders in België, maar ook voor Nederland zeer wetenswaardig.

1. Stappenplan om een probleem aan te kaarten

“Dit kan zo niet langer: bij die leerkracht wiskunde komt het klasgemiddelde amper boven de 50%!”
“Er gebeuren de laatste tijd zoveel ongelukken op de speelplaats. Is er te weinig toezicht?”
“Een klasgenootje smeerde mijn dochtertjes haar vol met lijm. Hier laat ik het niet bij!”
“Hoezo een onvoldoende voor godsdienst? Wij wisten van niks!”

Zijn deze uitspraken herkenbaar? Iedere ouder staat ongetwijfeld wel eens voor situaties die vragen oproepen of zaken waar men het niet mee eens is. Belangrijk is dan dat je je tot de juiste personen wendt.

Niet elk probleem is een conflict waard. Los het stap voor stap op.

  1. Stap naar de leraar (of zorgleraar). De meeste vragen en problemen worden zo snel opgelost. Doe je verhaal rustig en beschuldig niemand. Elk verhaal heeft twee kanten. Maak voor dit gesprek op voorhand een afspraak zodat er voldoende tijd is. Weet dat sommige problemen niet eenvoudig op te lossen zijn met een gesprek met de leraar.
  2. Stap naar de directeur. Hij is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op school. Misschien zitten nog andere ouders met hetzelfde probleem of is je probleem voor de hele school belangrijk. Ook voor dit gesprek is het goed een afspraak te maken.
  3. Stap naar de ouderwerking (ouderraad). Zo krijgt je probleem een andere dimensie. Individuele vragen kunnen algemeen worden. Vragen over bijv. de eetzaal, het huiswerk- of pestbeleid, verkeersveiligheid… kan de vertegenwoordiger van de ouders meenemen naar de schoolraad. Daarin zetelen ook de directie en de leraren. Al te persoonlijke dossiers zijn geen aangelegenheid voor de ouderwerking, al is de grens moeilijk te bepalen. Niks helpt…?
  4. Stap naar het schoolbestuur. Dat is de werkgever van de leraren én van de directeur. Contactpersonen vind je in de brochure van de school. Denk goed na voor je deze stap zet en win misschien eerst advies in bij bijv. de VCOV. De stap naar het schoolbestuur kan de relatie met de directeur mogelijk vertroebelen. Vergeet niet: het welzijn van je kind staat voorop, niet wie gelijk krijgt.
  5. Als de communicatie helemaal spaak loopt, kan je een beroep doen op neutrale tussenpersonen. Zij zullen bemiddelen tussen jou en de school. Bemiddelaars vind je bijv. bij de ouderkoepels.

2. Tien praktische tips om het gesprek aan te gaan

  1. Gouden regel nummer 1: laat alles even bezinken. Reageer niet onmiddellijk als je boos bent. Een al te snelle reactie doet soms meer kwaad dan goed doordat de emoties overheersen. De boodschap kan hierdoor verloren gaan, er ontstaat wrevel en een oplossing bereiken wordt nog moeilijker.
  2. Heb je een vraag, probleem, frustratie? Krop ze niet op. Praat er over met de meest geschikte persoon. Aan de schoolpoort problemen ventileren kan opluchten, maar creëert geen oplossing. De kans bestaat bovendien dat het op een verkeerde manier verder verteld wordt.
  3. Kaart een probleem niet terloops aan. Maak een afspraak en bespreek het op de juiste plaats, op de juiste tijd en met de juiste persoon. Hoed je voor het rechtstreeks contacteren van ouders wiens kind (in jouw ogen) de schuldige is. Dit kan voor onaangename verrassingen zorgen omdat een ouder als eerste reactie zijn kind vaak zal verdedigen.
  4. Beschrijf het probleem zo objectief mogelijk. Geef de feiten. Zeg tegelijk wat je voelt. Vraag om uitleg.
  5. Elk verhaal heeft twee kanten. Luister ook naar wat de school zegt.
  6. Maak geen verwijten. Vertel wat jij zou willen, wat je wenst. Bij verwijten klapt de deur snel dicht.
  7. Gebruik ik-boodschappen. Formuleer een probleem als een zorg. “Ik zit ermee dat mijn kind bang voor jou is” en niet: “Jij maakt al die kinderen doodsbang”.
  8. Zorg dat je goed geïnformeerd bent. Wat staat in het schoolreglement? Informeer je bij andere hulplijnen.
  9. Blijf in gesprek. Niemand is gebaat bij een ruzie. Lukt een gesprek niet meer, ga op zoek naar een bemiddelaar.
  10. Hou steeds het welzijn van je kind voor ogen. Dat is de inzet. Het gaat niet om ‘wie krijgt nu gelijk?’


3. Hulplijnen (Waar kan je terecht voor hulp)

Sedert enkele jaren moeten ouders het schoolreglement ondertekenen voor akkoord. Dit is een voorwaarde om te kunnen inschrijven. Heb je een klacht of een probleem? Kijk dan eerst of het niet gevat wordt door het schoolreglement want dan heb je geen verhaal. Wil je het schoolreglement zelf aankaarten? Dan kan je terecht bij de ouder- en schoolraad.

Volgende onderwerpen komen aan bod in het schoolreglement:

  • In de bijdragenlijst wordt weergegeven hoeveel het schooljaar ongeveer zal kosten. Hier kan een zekere marge opzitten wegens onvoorziene omstandigheden (bijv. prijsstijging bij een leverancier, minder kinderen die deelnemen aan een activiteit waardoor de kosten hoger oplopen per kind…)
  • De orde- en tuchtprocedure deelt mee hoe de school omgaat met orde en tucht en welke stappen gezet moeten worden bij betwisting
  • De procedure en timing bij betwisting van een B- of C-attest in het secundair onderwijs
  • Leefregels zoals kledingvoorschriften, kapsel, GSM-gebruik op school… maar ook informatie over de schoolverzekering vind je in het schoolreglement terug

In de dossiers van Klasse vind je maar liefst 102 hulplijnen. Klik op een thema en links op het scherm staan de organisaties, diensten… die kunnen helpen.

Ook in de ouderinfotheek op www.vcov.be vind je heel wat informatie over verschillende onderwijsthema’s.

In de Gids voor ouders van het Agentschap voor Onderwijsdiensten vind je antwoorden op 113 vragen zoals: Moet mijn kleuter elke dag naar school?, Wat is inclusief onderwijs (ION)?, Hoe gebeurt een inschrijving in een school concreet?, Kan mijn kind ook thuis les volgen?, Moet een school vóór en na de schooluren opvang voorzien?

Voor het secundair onderwijs is er de gids voor leerlingen met antwoord op veelgestelde vragen over wat wel en niet kan op school.

4. Als je geen perspectief meer ziet

Een probleem of klacht moet in eerste instantie met de betrokken personen besproken worden. Zoals hierboven aangegeven is dat de leerkracht, de directie en mogelijk het schoolbestuur. Wanneer dit op een respectvolle, niet-aanvallende manier gebeurt, zal er in de meeste gevallen een oplossing gevonden worden of tenminste perspectief geboden worden. Sommige problemen zijn nu eenmaal niet met een vingerknip op te lossen , maar ook dan kan een gesprek bevredigend zijn.

4.1 Klachtenbehandeling

Heb je geen overtuigend antwoord gekregen? Binnen het onderwijslandschap zijn er diverse instanties die klachten van ouders behandelen. Meestal gaat het om een louter juridische benadering: zijn de juiste procedures op een correcte manier gevolgd? We geven hieronder een beknopt overzicht van de meest relevante instanties maar raadpleeg best de VCOV vooraleer actie te ondernemen.

Commissie zorgvuldig bestuur
Deze situeert zich binnen het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming. Zorgvuldig bestuur betekent dat scholen zich in de dagelijkse werking aan een aantal principes moeten houden: kosteloosheid, eerlijke concurrentie, verbod op politieke activiteiten, handelsactiviteiten, reclame en sponsoring, participatie. Iedere belanghebbende kan over zijn rechten en plichten inzake zorgvuldig bestuur informatie inwinnen of een klachtenprocedure starten. Deze laatste mondt uit in een beslissing van de Commissie en een eventuele sanctie.
Een bezoek aan de website is zeker de moeite waard! Je vindt er de relevante regelgeving, reeds uitgebrachte adviezen en beslissingen van de Commissie. Misschien kwam jouw vraag of probleem al wel aan bod?

Commissie inzake leerlingenrechten 
De oprichting van deze commissie is een feit sinds het Decreet betreffende Gelijke Onderwijskansen van 2002. De taken zijn strikt afgelijnd: ouders kunnen een klacht indienen als ze de niet-gerealiseerde inschrijving van hun kind in een school betwisten. De leden van de Commissie zullen nagaan of er voldaan is aan de voorwaarden van het decreet betreffende Gelijke onderwijskansen om de inschrijving te weigeren. Als zij oordelen dat de weigering voldoende werd gemotiveerd, kan het Lokaal Overlegplatform en/of het CLB mee zoeken naar een andere school. In het andere geval kan de betreffende school een sanctie krijgen van de Minister van Onderwijs. Meer info over deze commissie.

Bemiddelingscel van het  Lokaal Overlegplatform
Het LOP speelt een belangrijke rol bij het zoeken naar een nieuwe school voor niet-gerealiseerde inschrijvingen en uitgesloten leerlingen. Bij niet-gerealiseerde inschrijvingen, door de ouders betwist en tuchtdossiers nemen zij een bemiddelingsrol op. Het LOP organiseert daartoe een bemiddelingscel. Leidt de bemiddeling niet tot een gepaste oplossing, dan gaat het dossier naar de Commissie inzake Leerlingenrechten.

Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding (CGKR)
Wie in schoolverband te maken krijgt met kansenongelijkheid of racisme kan terecht bij het CGKR. Dit centrum zal de klacht op een juridisch onderbouwde manier en op grond van bestaande wetgeving en rechtspraak behandelen.

4.2 Het gesprek weer op gang brengen

Als de communicatie mank loopt of als je op een muur van onbegrip stuit, kan je beroep doen op neutrale tussenpersonen om te bemiddelen. De VCOV kan deze rol opnemen maar het is niet omdat we de belangen van ouders verdedigen dat ouders sowieso in het voordeel zijn! Een absolute voorwaarde voor een goede bemiddeling is onpartijdigheid.

De bemiddelaar zal steeds proberen de dialoog tussen beide partijen weer op gang te trekken en zo mogelijk te bestendigen via duidelijke afspraken. Centraal staat de vraag hoe de kinderen en jongeren beter worden bij de genomen beslissingen. Een bemiddeling verloopt globaal in onderstaande fases:

  1. Een van de partijen neemt contact op met de organisatie die een bemiddelende rol kan opnemen. In eerste instantie kan het een vraag naar informatie en advies zijn en nog niet naar bemiddeling. Belangrijk is wel dat de neutraliteit van de bemiddelaar in het gedrang komt wanneer hij advies verleent. Dit gebeurt dus best niet door dezelfde persoon.
  2. De introductiefase: de bemiddelaar stelt zichzelf en zijn organisatie voor en schetst de mogelijkheden en beperkingen.  De neutraliteit wordt beklemtoond. Indien een van de partijen niet akkoord is met de tussenkomst van een derde, kan er van bemiddeling geen sprake zijn.
  3. De verhaalvertelling: het probleem wordt scherp gesteld en vanuit alle kanten bekeken. Beide partijen krijgen apart de kans hun verhaal te doen.
  4. Onderhandelen: in deze fase wordt gezocht naar gemeenschappelijke delers, aangevuld met de wettelijke context. Welke belangen worden gedeeld? Waar kunnen beide partijen achterstaan? Bij het zoeken naar een oplossing komt het erop aan rekening te houden met ieders belangen. Beide partijen moeten nadien nog verder kunnen samenwerken en dit in het belang van het kind. Einddoel is te komen tot een oplossing en afspraken waar de betrokken partijen kunnen achter staan.
  5. Overeenkomst en follow-up: uit de onderhandelingen moet een overeenkomst voortvloeien die alle betrokkenen respecteren. Er kan een zekere mate van follow-up zijn maar begeleiding van (een van) de partijen behoort niet tot het bemiddelingsproces.

(Dit stappenplan werd eerder gepubliceerd door de VCOV België en er werd naar verwezen op samen-opvoeden.com)

Eelco van der Wal